Veel mensen zetten hun waterkoker aan, laten het water staan (of vergeten even dat ze water hebben gekookt) en koken het later nog een keer opnieuw. Logisch gedacht en vrij onschuldig toch? Maar is dat eigenlijk wel zo’n goed idee?
Het korte antwoord: Nee, je kunt beter niet twee keer hetzelfde water koken. Het is niet perse schadelijk voor je gezondheid, maar wel onnodig en een stuk minder efficiënt. Ook zorgt het voor smaakverlies doordat het water zuurstof verliest bij iedere kookbeurt.
In dit artikel leggen we uit wat er precies gebeurt wanneer je water meerdere keren kookt en waarom je dat dus beter niet kunt doen.
Hoe werkt een waterkoker precies?
Een waterkoker eigenlijk een vrij simpel apparaat. Op de bodem zit een verwarmingselement, welke elektriciteit omzet in warmte. Wanneer je de knop aanzet loopt er stroom door het element, waardoor het snel warm wordt. Deze warmte geeft het element vervolgens door aan het water.
Waterkokers van nu hebben vrijwel altijd een thermostaat die meet wanneer het water 100°C bereikt. Zodra dat punt is bereikt, schakelt het apparaat automatisch uit om oververhitting en verdamping te voorkomen. Er zijn overigens ook waterkokers met temperatuurregeling, hierbij kies je zelf op welke temperatuur het apparaat uitschakelt.
Waarom je water beter niet voor een tweede keer kookt
Welke soort waterkoker je ook hebt, soms is het water afgekoeld maar lust je bijvoorbeeld nog wel een extra kopje thee. Wanneer je hetzelfde water opnieuw verwarmt is dit zeker geen ramp, maar ideaal is het ook niet.
De smaak kan namelijk wat “vlak” worden doordat opgeloste gassen verdwijnen, en je waterkoker moet telkens opnieuw zijn werk doen. Dat kost extra energie en helpt ook zeker niet mee tegen kalkaanslag.
Kook daarom liever alleen de hoeveelheid water die je echt nodig hebt. En heb je toch per ongeluk teveel gekookt? Dan is het overgebleven water weggooien en de waterkoker opnieuw vullen de beste optie.

